VU Amsterdam

Gezocht: promovendi met een arbeidsbeperking

23 februari 2024
Beeld: Mathilde Dusol

Binnen de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) werken meer dan honderd mensen met een arbeidsbeperking, met name in ondersteunende functies. Het aantal medewerkers met een arbeidsbeperking binnen het wetenschappelijk personeel blijft echter achter. En dat moet anders.

Er werken op dit moment 105 medewerkers met een arbeidsbeperking binnen de VU. Daarbij gaat de universiteit uit van de medewerkers die via de Wet Banenafspraak aan het werk zijn. Die staan geregistreerd in het zogenaamde doelgroepregister (zie kader). “Sommige medewerkers die via die regeling bij de VU zijn aangenomen, hebben (bijna) niks nodig aan extra faciliteiten,” erkent Renée van Scheppingen. Zij is coördinator van het Servicepunt Participatie binnen de VU en ondersteunt de hele organisatie bij het aannemen en begeleiden van collega’s met een arbeidsbeperking. “Vaak gaat het om puur praktische oplossingen als een automatische deur, een jobcoach, of flexibiliteit in werktijden. En we hebben heus meer medewerkers met een (arbeids)beperking, maar die staan dan weer niet in het doelgroepregister.”

Doelgroepregister

De VU zoekt tien promovendi uit het zogeheten doelgroepregister. Dit door UWV beheerde register is er gekomen toen in 2015 de Participatiewet (onder meer) een aantal oude ‘werken-met-eenbeperking- wetten’ verving. Wie het zonder ondersteuning niet redt op de arbeidsmarkt, valt onder die wet. Doel is dat meer mensen werk vinden, ook mensen met een arbeidsbeperking. De meest kwetsbare groep onder hen, de mensen die niet zonder extra voorzieningen het wettelijk minimumloon zouden kunnen verdienen, kunnen in het doelgroepregister opgenomen worden. 

 

Te weinig

Binnen het wetenschappelijke personeel zijn er maar weinig medewerkers met een arbeidsbeperking: 13 op een totaal van 3.200. En van de promovendi met een dienstverband aan de VU zijn het er 4 van de 743. De universiteit wil dat die aantallen in de komende jaren gaan groeien. De VU stelt daarom subsidie en extra begeleiding beschikbaar voor tien promovendi met een arbeidsbeperking uit het doelgroepregister. Om daarvoor in aanmerking te komen, moet je uiteraard eerst een universitaire studie hebben afgerond en willen promoveren: een promotieonderzoek doen, proefschrift schrijven en dat verdedigen voor een commissie.

Evelien Wolf is aangesteld als projectleider en begeleider voor promovendi met een arbeidsbeperking. Ze werkt daarnaast aan de VU als stagecoördinator en docent klinische neuropsychologie. Verder is ze zelf nog bezig met haar proefschrift. “Ik heb hier gestudeerd en ben daarna bij mijn scriptiebegeleider blijven hangen,” legt ze uit. “Dat was nog voor de hele Participatiewet en het doelgroepregister. Ik heb een dwarslaesie en had de mazzel dat mijn begeleider naar mogelijkheden keek. We vonden altijd wel een oplossing.”

Renée van Scheppingen Renée van Scheppingen. (© Mathilde Dusol)

Vooroordelen

De logische vraag is uiteraard: waaróm zijn er minder wetenschappers met een arbeidsbeperking? Volgens Evelien en Renée zijn vooroordelen een belangrijke reden. “Promoveren vraagt heel veel van iemand,” zegt Renée. “Het is hard werken, kost veel energie. Misschien wordt er binnen faculteiten te veel gekeken naar de ideale kandidaat, die perfect aan het plaatje voldoet: een harde werker, die ook nog eens allerlei extra werk heeft gedaan tijdens zijn studie, of al papers gepubliceerd heeft.”

Evelien knikt: “Het vraagt een andere manier van kijken. Iemand moet goed analytisch kunnen denken, goed kunnen onderzoeken, goed kunnen schrijven… Verder gaat het om randzaken. Je moet een beetje weg van het standaardidee van de ideale kandidaat.”

“Tegelijk heb je ook rolmodellen nodig,” vervolgt ze. “Mensen hebben een bepaald beeld van de wetenschap. We willen die vooroordelen graag veranderen, maar  dat kost tijd. Als je weet dat iemand anders met een beperking zo’n traject heeft gedaan, maakt het de drempel lager. Ik ben hier niet gaan werken met de missie om dat te laten zien, maar heb die missie er wel bij gekregen.”

Quotum

Het gaat de VU niet simpelweg om het voldoen aan een quotum, benadrukt Renée. “Zo’n quotum klinkt als ‘we moeten zoveel mensen met een handicap aannemen dus doen we het’. Maar het zijn geen weggeeffuncties; niet iedereen is geschikt.” Evelien vult aan: “In de basis moeten de promovendi nog steeds veel kunnen. Ze moeten hun artikelen publiceren, onderzoek doen en een proefschrift schrijven. Maar naar de randvoorwaarden wordt beter gekeken.” Juist dat kan de hele organisatie iets opleveren, denkt Renée: “Veel promovendi vallen uit, bezwijken onder de druk. Misschien is het utopisch, maar het feit dat er meer aandacht is voor randvoorwaarden, laat zien dat het anders kan. Een promotie hóeft niet altijd met avonden doorhalen en stress gepaard te gaan. Nu wordt vaak gedacht dat als je het niet op die manier kunt, je niet geschikt bent. Maar het kan ook op een andere manier. Uiteindelijk zou het goed zijn dat iedereen voor hij of zij wordt aangenomen, gevraagd wordt wat er nodig is om goed te functioneren. Dat moet bespreekbaar worden gemaakt.”

Evelien Wolf Evelien Wolf. (© Mathilde Dusol)

Diversiteit

Niet alleen organisatorisch is de wetenschap erbij gebaat dat mensen met verschillende achtergronden een bijdrage leveren. Inhoudelijk zorgt het voor meer invalshoeken en visies op zaken. Of het nou gaat om geslacht, culturele achtergrond of arbeidsbeperking, het voegt allemaal iets toe. “Mensen met een beperking zijn vaak gewend om oplossingen te zoeken, door te zetten en flexibel te zijn,” zegt Evelien. “Dat is heel waardevol in de wetenschap.” Alle faculteiten van de VU gaan minimaal één promotieplek bieden aan iemand met een arbeidsbeperking uit het doelgroepregister. Evelien gaat ze vooral organisatorisch begeleiden. “Zodat we vroegtijdig in kunnen grijpen als dat nodig is. Dat is wel wat ik in mijn eigen promotietraject gemist heb: regelmatig even een stapje terugnemen en kijken of wat je allemaal wilt, wel reëel is,” weet ze. “Veel promotoren werken lange dagen en begrijpen daardoor niet dat iemand niet drie avonden in de week kan doorhalen.” vervolgt Evelien. “Het is de vraag of je zoiets überhaupt van een promovendus moet verwachten, maar iemand met een arbeidsbeperking kan zoiets vaak gewoon niet. Dat moet je snappen. Door mijn begeleiding is het voor de promovendus veiliger om te zeggen dat iets niet gaat, en ook promotoren hebben iemand om mee te sparren. Dat moet zorgen voor beter wederzijds begrip. En we hopen dat deze tien trajecten duidelijk zullen maken dat dingen wél op een andere manier kunnen, zonder dat het ingewikkeld is. Dit moet de eerste stap zijn.”

Werken bij de VU

Voor eind 2024 wil de VU de tien promovendi aangenomen hebben. Denk je: dit ben ik, of ik ken iemand die dit wil, neem dan contact op met Evelien Wolf (e.t.wolf@vu.nl). Dit geldt ook voor mensen met een arbeidsbeperking die nu (nog) niet in het doelgroepregister staan, maar mogelijk wel in aanmerking komen. Voor overige mogelijkheden voor een baan bij de VU kun je contact opnemen met het Servicepunt Participatie (participatie.hrm@vu.nl).

Altijd op de hoogte blijven?