Ruim kwart van kinderen en jongeren in Nederland heeft chronische ziekte

Foto via Pixabay

Ruim een kwart van de kinderen en jongeren (27 procent) in Nederland heeft een chronische ziekte of handicap. Dat blijkt uit de eerste meting ooit, gedaan aan de hand van verzekeringsdeclaraties. Het gaat om 1,3 miljoen kinderen en jongeren – van 0 tot en met 25 jaar oud – die een chronische psychische aandoening hebben, zoals ADHD en autisme, of een somatische zoals epilepsie, astma, diabetes, taaislijmziekte of steeds terugkerende buikpijn.

De onderzoekers van het Verwey Jonker Instituut, die de resultaten maandag aan minister Van Engelshoven (Onderwijs, D66) overhandigen, zeggen dat de aantallen tot nu werden onderschat. Deskundigen schatten dat er 500.000 jongeren tot en met 18 jaar waren met een chronische aandoening, en ongeveer 700.000 tot en met 25 jaar. Voor dit nieuwe onderzoek is gebruik gemaakt van de database van het bureau Vektis, dat alle zorgverzekeringsdeclaraties in Nederland bijhoudt.

Kinderen en jongeren die aan twee of drie aandoeningen lijden (bijvoorbeeld zowel astma als ADHD) zijn niet dubbel geteld. Astma komt het meeste voor – 4,6 procent van de kinderen en jongeren in Nederland heeft dat. 4,1 procent heeft last van stemmings- en angststoornissen, 3,6 procent heeft de aandachtsstoornis ADHD, 2,8 procent heeft chronische buikpijn en 2,8 procent heeft eczeem.

Onbegrepen
De gevolgen van een chronische aandoening zijn groot, zegt onderzoeker Lineke van Hal. Uit een enquête die de onderzoekers ook hielden, onder 1.300 jongeren (eenderde met een aandoening), blijkt dat zij minder optimistisch zijn over hun toekomst en meer hulp op school of op het werk zouden willen krijgen. Ze voelen zich minder vaak thuis op school en op de sportclub. 29 procent van de jongeren tussen 10 en 25 jaar met een aandoening sport vrijwel niet, tegen 18 procent van die leeftijdsgroep zónder aandoening. Jongeren met een aandoening voelen zich vaak onbegrepen door klasgenoten of leraren; 47 procent van de jongeren tussen 10 en 25 jaar met een aandoening voelt zich vaak onbegrepen door klas- of studiegenoten, tegen 31 procent van die leeftijdsgroep zónder aandoening.

Onbekend
Naarmate ze ouder worden, zijn er steeds minder mensen – leraren, klasgenoten, collega’s – die “het weten”. De praktische en sociale gevolgen van een aandoening kunnen groot zijn: medicijnen slikken, therapie volgen. Eén op de zes in het onderzoek was bijvoorbeeld in de afgelopen drie maanden opgenomen geweest in het ziekenhuis. Van Hal: “Het zou goed zijn als leraren, klasgenoten en later collega’s dat wél wisten.”

(Bron: NRC)

Facebook Twitter Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *