Meer inspraak, minder papierwerk: minister wil passend onderwijs aanpakken

Afbeelding van Aurelie Luylier via Pixabay

Minister Slob van Onderwijs wil met 25 maatregelen het passend onderwijs verbeteren. Zo krijgen leerlingen meer inspraak over de hulp die ze nodig hebben, wordt een deel van de administratieve rompslomp geschrapt en moeten leraren beter opgeleid worden om ondersteuning te bieden aan kinderen die dat nodig hebben.

Al jaren klagen ouders en leraren over het passend onderwijs, het streven dat leerlingen desnoods met ondersteuning zoveel mogelijk binnen het reguliere onderwijs blijven. Leraren zeggen bijvoorbeeld niet genoeg tijd te hebben om leerlingen te ondersteunen. Ook is het aantal thuiszitters de afgelopen jaren alleen maar gestegen, terwijl de bedoeling van de wet was dat aantal omlaag te krijgen.

Voor de zomer stelde het Nationaal Regieorgaan Onderwijs vast dat het passend onderwijs minder goed werkt dan gehoopt. Dat komt onder meer omdat niet duidelijk is wanneer een kind recht heeft op extra ondersteuning en wanneer niet. De minister wil daarvoor een ‘landelijke basisnorm’ vastleggen, waarin ook staat wat de school moet regelen.

De Wet passend onderwijs werd op 1 augustus 2014 ingevoerd. Scholen werden toen verplicht om alle leerlingen een plek te bieden, ook de kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Het idee erachter is om kinderen met bijvoorbeeld autisme, hoogbegaafdheid of een lichamelijke handicap zo veel mogelijk naar een gewone school te laten gaan, in plaats van naar het speciaal onderwijs.

Ontevredenheid
De Wet passend onderwijs is zes jaar na de invoering geëvalueerd. Daaruit blijkt dat het aanbod voor leerlingen die extra hulp nodig hebben wel is gestegen, maar dat dit op veel plekken nog niet goed genoeg is geregeld. Ook is er ontevredenheid bij ouders en leerlingen, die vinden dat ze niet genoeg betrokken worden bij de besluitvorming.

Minister Slob wil daarom dat leerlingen een wettelijk ‘hoorrecht’ krijgen. Dat betekent dat ze kunnen meepraten en meebepalen over de hulp die zij nodig hebben. Ook komen er op middelbare scholen vaste vertrouwenspersonen bij wie leerlingen terecht kunnen met vragen en problemen.

School mag kind niet meer weigeren
Een ander onderdeel van het actieplan is een strakkere zorgplicht. Dat houdt in dat een school verplicht is om een passende plek te vinden voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Nu zijn er nog scholen die kinderen ‘wegadviseren’, omdat ze deze leerlingen liever niet op hun school hebben, beaamt ook de minister.

Scholen moeten informatie over de zorgplicht opnemen in hun schoolgids en op hun website. Ook komt er betere voorlichting voor ouders en leerlingen, zodat ze weten waar ze recht op hebben. Als zij er niet uitkomen met de school, moeten ze naar een steunpunt kunnen.

‘Toon te positief, plannen niet voldoende’
De organisatie Ouders en Onderwijs is blij met de acties van de minister om ouders en leerlingen meer te betrekken bij het passend onderwijs. Maar de organisatie wijst ook op de toon van de evaluatie, die is volgens hen te positief, en de voorgestelde plannen zijn niet voldoende om de problemen op te lossen.

“Er zijn scherpe politieke keuzes en stevigere ingrepen nodig om passend onderwijs te realiseren.” Ouders en Onderwijs denkt bijvoorbeeld aan het verkleinen van klassen, en het zorgen voor meer ‘handen’ in de klas.

(Bron: NOS)

Geef een reactie