Mari Sanders: een vrolijke middelvinger naar de samenleving

Speelfilms maken is het leukste wat er is, vindt filmmaker Mari Sanders. Film is bovendien een geweldig medium als je wil werken aan andere beeldvorming rond handicap. Daarover, en over de noodzaak én het plezier van werken aan handicap-identiteit, gaat Jacqueline Kool (gasthoofdredacteur van Support Magazine nr. 2-2022) met Mari in gesprek.

Tekst: Jacqueline Kool

“Een filmmaker speelt voor God, je bepaalt alles en laat de ander anderhalf uur lang jouw realiteit zien,” vertelt Mari Sanders. “Je kunt alles bij elkaar fantaseren, zoals een groep gehandicapte punkers, met leren jassen, rondhangend op de skatebaan. Dat is geen vlucht uit de werkelijkheid, wel dromen van een andere wereld.”

Mari Sanders. Foto: Sanne van den Elzen.

Na succesvolle documentaires, werkt Mari Sanders momenteel weer aan zijn oorspronkelijke liefde: een speelfilm. Die zal gaan over handicap en tegelijkertijd clichés en heilige huisjes aan het schudden brengen. Voor de film wilde hij per se gehandicapte jongeren casten. Dat viel niet mee: reguliere castingbureaus konden niemand leveren. Toen hij de oproep uitzette in zijn eigen netwerken, kwamen er in één weekend vijftig reacties binnen. “Er staat nog een muur tussen de wereld van de casting en acteertalenten met een beperking. Als ik die muur een beetje kan slopen, kan ik tevreden sterven,” zegt hij lachend. “Maar zolang nog niet vijftien procent van de filmrollen wordt ingevuld door iemand met een handicap, hebben we nog wel wat te doen…”

Bij wijze van auditie organiseerde hij acteerworkshops en selecteerde daaruit een groep van tien jongeren met een enorme chemie en dito potentieel. Er waaide ook een emancipatiewind door de groep. “Het deed zoveel dat ze bij elkaar gebracht werden, er gebeurde iets vergelijkbaars als in de film Crip Camp. Hier heb je de rebellen, dacht ik, we steken met z’n allen een middelvinger op naar de samenleving. Maar dus wel veertig jaar later dan Crip Camp…”

Kunst en emancipatie gaan voor Mari hand in hand. “Ik geloof oprecht dat het ook leuk is om gehandicapt te zijn, ik geloof oprecht dat het je kwetsbaarder maakt en ook sterker, en dat het ongelooflijk sexy zou kunnen zijn.

Vliegwiel
Ik wil dat als kunstenaar graag laten zien. Als je investeert in schermtalent en daarbij zorgt voor goede representatie, dan kan zoiets een vliegwielfunctie hebben. Kunst kan andere beelden van handicap tonen, dan zien mensen met een handicap karakters die een herkenbaar leven leiden. Dat spiegelt hen: je leven kan ook zó zijn. Dat is een logisch begin van emancipatie.” Maar dan moeten bijvoorbeeld film- en theateropleidingen er wel voor openstaan en dat is nog zeker niet vanzelfsprekend. Ondertussen is er wel iets gaande, ziet Mari, mede aangevuurd door discussies over representatie van mensen van kleur. “We moeten niet bang zijn daarbij aan te haken.”

Mari Sanders
Geboren: 1988
Woonplaats: Amsterdam
Opleiding: Afgestudeerd als filmmaker aan St. Joost School of Art & Design
Werk: Onder meer ‘De Rolstoel Roadmovie’ en ‘Mari Staat op’
Privé: Droomt samen met partner Anaïs van Ertvelde van een crip-bling ingericht huis; vol beelden van handicaps met veel fout goud en glitter

Freakshow 2.0
De vraag komt op tafel of er op dit moment een overheersende beeldvorming is in de publieke media. Mari hoeft er niet lang over na te denken: “Het paralympische frame van de super human slaat verbazend makkelijk aan. De kapper begint ineens over of ik weet dat zitskiën bestaat. Daarnaast heerst in Nederland nog sterk het beeld van de sneue gehandicapte waar we voor moeten zorgen. Dit verschuift nu richting de ervaringsdeskundige, maar dat betekent te vaak dat iemand in een rolstoel even mag laten zien waar het probleem zit, en dan gaan mensen zonder handicap het oplossen. Ik wil een professionaliseringsslag.” Televisieprogramma’s voor het grote publiek zijn soms gewoon een ‘freakshow 2.0’ of proberen mensen met een handicap richting de norm te duwen. Mari: “Dan kijken we wie er bij de mis(s) verkiezing nog net wel mee doorkan. Ze zijn gemaakt over en niet door mensen met beperkingen. Terwijl wij juist de norm kunnen bevragen en een nieuwe norm stellen.”

Maar wat is dan die nieuwe norm? Mari lacht. “Die nieuwe norm zijn we aan het maken en dat wel iets gaande, ziet Mari, mede aangevuurd door discussies over representatie van mensen van kleur. “We moeten niet bang zijn daarbij aan te haken.” Freakshow 2.0 De vraag komt op tafel of er op dit moment een overheersende beeldvorming is in de publieke media. Mari hoeft er niet lang over na te denken: “Het paralympische frame van de super human slaat verbazend makkelijk aan. De kapper begint ineens over of ik weet dat zitskiën bestaat. Daarnaast heerst in Nederland nog sterk het beeld van de sneue gehandicapte waar we voor moeten zorgen. Dit verschuift nu richting de ervaringsdeskundige, maar dat betekent te vaak dat iemand in een rolstoel even mag laten zien waar het probleem zit, en dan gaan mensen zonder handicap het oplossen. Ik wil een professionaliseringsslag.” Televisieprogramma’s voor het grote publiek zijn soms gewoon een ‘freakshow 2.0’ of proberen mensen met een handicap richting de norm te duwen. Mari: “Dan kijken we wie er bij de mis(s) verkiezing nog net wel mee doorkan. Ze zijn gemaakt over en niet door mensen met beperkingen. Terwijl wij juist de norm kunnen bevragen en een nieuwe norm stellen.” Maar wat is dan die nieuwe norm? Mari lacht. “Die nieuwe norm zijn we aan het maken en dat is hartstikke leuk. Wat gebeurt er als we handicap echt durven zien als (deel van) onze identiteit? Als we die identiteit echt gaan ownen en daar nieuwe esthetiek omheen maken? Dat is veelal onontgonnen gebied, zeker in Nederland. Ik heb mijn handicap langzaamaan leren zien als deel van mijn identiteit en ben er trots op. Maar daar gaat worsteling aan vooraf. Je moet tegen de stroom in. Kunst kan daarbij helpen, omdat het recalcitrant mag zijn, mag ontregelen.” Identiteit is iets waar je mee mag spelen. Daarbij voelt Mari dat hij volop in ontwikkeling is. “Ook ik was eerst helemaal gefascineerd door dat superhumanframe, omdat het een leegte vulde. Nu denk ik: nee, geen super humans, we zijn gewoon onderdeel van de mensheid.”

Ik geloof oprecht dat een handicap je kwetsbaarder én sterker maakt

Hollywoodplot
Mari’s missie is, zoals hij zelf zegt, mensen bewust maken van het artistieke potentieel van mensen met een handicap. “Daar zitten ongelooflijk mooie verhalen in, zelfs al benoem je die handicap niet. De Engelse theaterman Matt Fraser zei ooit: ‘Stel je een basic Hollywoodplot voor: de wereld dreigt te vergaan, een man dwaalt verlaten rond, de orkaan op zijn hielen, en die man redt een kind, terwijl hij nooit kinderen wilde. En stel die man dan voor met Softenonarmen.’ Dan krijgt zo’n plot ineens een heel andere diepgang.”

Taboe
Seksualiteit krijgt vaak aandacht in Mari’s werk. Vanwaar? “Seks gaat over kwetsbaarheid. Mensen met een handicap leren vaak om kwetsbaar te zijn. En we hebben veel geleerd over ons lichaam. Laten die twee dingen nu net nodig zijn voor het genieten van seksualiteit.” Seksualiteit kan volgens Mari zelfs een sleutelrol spelen bij nieuwe beeldvorming: “Het komt hyperdichtbij en is dus ook confronterend. Het gehandicapte lichaam wordt als het ware in je gezicht geduwd, zoals in de Spaanse documentaire ‘Yes, we fuck’. Het is moeilijk voor mensen met een handicap om zichzelf bewust als seksueel wezen te gaan ervaren. Het is een taboe-onderwerp. En taboes zijn bij uitstek interessant bij beeldvorming én in kunst!”

Dit artikel stond eerder in Support Magazine editie 2-2022. Alles lezen over beeldvorming rond handicap en meer? Neem een voordelig abonnement:

Geef een reactie