Hoofdredacteur Monique Wijnen in Kek Mama: rollende moeders

Als je door Kek Mama (glossy voor moeders) nummer 16 van 2021 bladert, kom je een bekend gezicht tegen: Monique Wijnen, hoofdredacteur van Support Magazine, staat er namelijk in! Samen met drie andere moeders vertelt Monique hoe het is om een kind op te voeden als je een handicap hebt. In combinatie met de prachtige foto’s is het een interessant artikel geworden, dat je hieronder kunt lezen.

Tuurlijk kun je een kind verzorgen en opvoeden als je in een rolstoel zit. Iedereen die daaraan twijfelde hebben deze moeders versteld doen staan. “Mensen dachten: zij een kind, waar begint ze aan?”

Klik op de vergrotingsoptie in het venster of hier om te vergroten.

MARUSCHKA VIS (34) IS SAMEN MET RONALD (32) EN
MOEDER VAN PELLE (3). DOOR EEN VAL ZIT ZE SINDS HAAR
29E IN EEN ROLSTOEL. ‘‘‘Kan ik ooit moeder worden?’ Dat
was de eerste vraag die ik in het revalidatiecentrum stelde
nadat ik door een val een lage dwarslaesie had opgelopen.
Simpel gezegd heb ik vanaf mijn navel een verminderd
gevoel. Ik heb nog wel wat kracht in mijn bovenbenen, maar
mijn onderbenen en voeten voel ik nauwelijks. Volgens mijn
artsen was er niets wat mijn kinderwens in de weg zou
kunnen staan. Er was in het revalidatiecentrum zelfs een
kinderkamer waar ik met een pop alvast kon leren hoe ik
een baby kon verschonen en vervoeren. Op schoot
bijvoorbeeld, op een voedingskussen, of door een bakfiets
te koppelen aan mijn rolstoel.
Het eerste jaar met Pelle deed ik met twee vingers in mijn
neus. Bijna dan. Alleen als ik hem in bad ging doen schoten
Ronald of mijn ouders te hulp. Vooral uit veiligheidsoogpunt,
maar ook omdat het nogal omslachtig voor mij was: tien
keer met een volle emmer van de kraan naar het badje
rijden. In het begin droeg ik Pelle veel in de draagzak.
Handig én goed voor onze bonding. Tegenwoordig zit hij
meestal op mijn schoot. Tot hij wat ouder is pas ik zijn
vrijheid aan, afhankelijk van waar we zijn. Zo laat ik hem
in de speeltuin lekker z’n gang gaan, maar geef ik hem op
een onbekende plek de keuze: op schoot of met de
armband? Die zit aan mijn en zijn pols, verbonden aan zijn
tuigje, zodat hij dicht bij me blijft.
‘Wat fijn dat je op hem mag passen’, zei iemand laatst. Een
ander dacht een keer dat ik een pop in mijn draagzak droeg.
Ik weet dat mensen me niet proberen te kwetsen, dus leg ik
zo’n opmerking vrij snel naast me neer. Wel leg ik altijd uit
dat het mijn eigen kind is. Ik vind het belangrijk om mensen
duidelijk te maken dat je als ouder in een rolstoel heel veel
wél kunt. Pelles kamer opruimen, voorleesmoeder zijn op
school of met hem basketballen. Ik heb het geluk dat ik
dankzij het gevoel in mijn romp en bovenbenen gemakkelijk
een transfer kan maken. Mezelf bijvoorbeeld met één arm
vanuit mijn rolstoel op bed tillen terwijl ik met de ander
Pelle vasthoud. Zelfs nu hij twaalf kilo is lukt dat nog prima
– en ik train er meteen mijn buikspieren mee. Wat heet: in
de rolstoel heb ik een mamabuikje, maar als ik rechtop sta
een fraai wasbordje.” MONIQUE WIJNEN (44) IS GEBOREN MET KORTE ARMEN
EN VERKORTE BENEN. ZE IS GETROUWD MET TINUS (43)
EN MOEDER VAN SERENA (BIJNA 6). OOK HEEFT ZE TWEE
HULPHONDEN: DE HUSKY’S SANTI (10) EN SHIVA (6
MAANDEN). ‘‘Wil Serena met mij kleuren, dan houd ik een
potlood vast tussen mijn tenen. En met diezelfde tenen kam
ik haar haren. Van jongs af aan ben ik gewend om alles met
mijn ‘handige’ voeten te doen. Mensen vragen weleens of ik
geen arm- of beenprothese zou willen. Ha, ik moet er niet
aan denken. Die dingen zijn zwaar en trekken aan je huid.
Mijn lijf klopt zoals het is: alles is prachtig in proportie.
Ik voel me niet anders. Nooit gedaan ook. Mijn ouders
hebben mij leren denken in mogelijkheden. Waar artsen mij
nul toekomstperspectief gaven, lieten zij een rolstoel ontwikkelen
waarvan de zitting naar de grond kan. Daarmee
kan ik, samen met mijn hulphonden, prima functioneren.
Dat ik een halfuur verder ben om mezelf met een lift in mijn
aangepaste auto te zetten, soit. Ook Serena weet niet beter.
Zij heeft geleerd geduldig te zijn. Roep ik haar omdat we
vertrekken, dan komt ze meteen. Ik kan haar niet beetpakken
en moet het daarom hebben van de communicatie. Uitleggen
wat we gaan doen, wat ik van haar verwacht. En haar zelf
laten nadenken: wat kan er gebeuren als je zomaar oversteekt?
Het maakt haar zelfstandig en onze band ijzersterk.
Niemand keek ervan op dat ik een kind wilde. Voordat ik
Tinus ontmoette vroeg iemand zelfs of ik overwoog een
bewust alleenstaande moeder te worden. Mensen zagen hoe
zorgzaam ik was voor mijn honden en dat ik dolgraag met
mijn neefjes en nichtjes speelde. Zelf had ik slechts één twijfel:
wat als ik in of na de zwangerschap complicaties krijg en mijn
kind niet zelf kan verzorgen? Maar al snel dacht ik: onzin, ik
red me al jaren op mijn manier. In het begin tilde ik Serena als
een leeuwin met mijn tanden op aan haar boxpakje. Haar
aankleden en verschonen deed ik op de grond – zoals alles.
In huis gebruik ik geen rolstoel en ‘loop’ ik als een soort
pinguïn op mijn billen. Die volgens Serena best dik zijn,
trouwens. ‘Gelukkig maar’, zeg ik dan. ‘Zo val ik niet om als
je op me klimt.’ Ik hou wel van zelfspot. Nu ze ouder wordt,
gaan we samen vaak paardrijden. Ik klem dan een lus tussen
mijn tenen en de teugels onder mijn oksels. Terwijl Serena
voor me uit hobbelt op haar merrie, voelt mijn paard als een
verlengstuk van mijn lichaam: de ultieme vrijheid.” KIM MOORMAN (37) KREEG OP HAAR 22E EEN AUTOONGELUK
EN ZIT DAARDOOR IN EEN HANDBEWOGEN
ROLSTOEL. ZE IS SAMEN MET JAN (38) EN ZE HEBBEN
TWEE KINDEREN, KICK (7) EN FIEN (3). ‘‘Vijf jaar lang heb
ik plat in bed gelegen. Na het auto-ongeluk, waarbij de
zenuwen in mijn rug en nek ernstig beschadigd raakten, kon
ik geen prikkels verdragen en had ik gigantisch veel pijn.
Zelfs bij het overeind komen ging ik knock-out. Uiteindelijk
is het me na lang revalideren gelukt om toch weer een actief
leven te gaan leiden. Zittend weliswaar – mijn zenuwen zijn
blijvend beschadigd – maar met mijn rolstoel en hulphond
kom ik overal.
Mijn droom om moeder te worden heb ik nooit opgegeven.
Vijf jaar na het ongeluk, toen ik steeds zelfstandiger werd,
begon het te kriebelen. Mijn coach nam mij serieus. Zij
beaamde dat ik dat verlangen zoals iedere andere vrouw
mocht hebben, ook al had ik geen idee hoe ik het moest
gaan doen, een kind opvoeden. Die erkenning was heel fijn.
Ik zocht alles uit: hoe til ik een baby op, bestaat er een box
met een deur? Ik was nog niet eens zwanger, maar wilde de
vooroordelen voor zijn. Mensen zouden geheid denken: ze
kan jarenlang niets en wil nu een kind – waar begint ze aan?
Velen zeiden dat alsnog, hoorde ik via via toen ik zwanger
raakte. Maar ik was vastbesloten het tegendeel te bewijzen.
Ik gebruikte een co-sleeper en we plaatsten wieltjes onder
alle meubels. Kick optillen kostte veel kracht, maar praktisch
gezien was er niets wat ik niet kon handelen. ‘Wat als hij
ouder wordt en wegrent?’ vroeg iemand een keer. Gek genoeg
had ik me dáár niet op voorbereid. Ik vertrouwde erop dat
mijn kind bij me bleef. Naïef misschien, maar Kick en Fien zijn
nog nooit weggelopen. Waarschijnlijk voelen ze aan dat ze
die grens niet moeten opzoeken. Net als dat ze weten dat ze
op hun vader kunnen klimmen en op mij niet.
Nu ze ouder worden, ontstaan er wel andere uitdagingen.
Als ze met mij in een bootje willen varen in de dierentuin,
moet ik vooraf hebben uitgezocht of ik daar met mijn
rolstoel in kan. Ik wil niet bij alles zeggen: ‘Ga maar met
papa.’ Soms ontkom ik daar niet aan, maar dan ga ik later
bijvoorbeeld met Kick winkelen. Vindt ie het einde. Aan
vriendjes legt hij uit dat ik een auto-ongeluk heb gehad.
‘Met bloed’, zegt hij dan. En daarna trots: ‘Ze kan niet
lopen, maar verder kan ze alles!’ Geweldig, toch?” LEENA DE WILDE (33) IS ALS BABY GEADOPTEERD UIT
INDIA EN HEEFT DE BEWEGINGSSTOORNIS CEREBRALE
PARESE. ZE IS SAMEN MET AREND-JAN (41) EN MOEDER
VAN SYLVAN (2). “‘Mama!’ roept Sylvan zodra hij iemand in
een rolstoel ziet. Soms duwt hij me in mijn lichte sportrolstoel,
waarmee ik aan rolstoeldansen heb gedaan. Of hij klimt er
zelf in en gaat een rondje rijden. Voor hem is dat ding op
wielen doodgewoon. Als hij zich onder de tafel verstopt, kan
ik achter hem aan kruipen – mits ik me ergens aan vasthoud.
Ook kan ik met ondersteuning een aantal stappen zetten,
maar ik zal wel de rest van mijn leven rolstoelgebonden
blijven. Door zuurstofgebrek bij mijn geboorte heb ik een
verhoogde spierspanning. Daardoor ben ik stijf en kan ik
lastiger bewegen. Iedere dag train ik op een hometrainer
mijn arm- en beenspieren. Ik wil namelijk een fitte en
onafhankelijke moeder zijn, én blijven.
In 2007 heb ik meegedaan aan de Mis(s)verkiezing van
Lucille Werner, een wedstrijd voor vrouwen met een
lichamelijke beperking. Hoewel ik altijd al zelfvertrouwen
heb gehad, ben ik door dat programma nog meer gaan
inzien dat ik er in mijn rolstoel mag zijn. Sommige andere
kandidaten waren moeder. Omdat ik zelf graag kinderen
wilde, was ik nieuwsgierig: hoe doen zij dat? Ze leerden mij
vooral creatief en consequent te zijn en duidelijk mijn
grenzen aan te geven. Zo had ik in het begin een grondbox:
een soort hek op de grond zodat Sylvan de keuken niet in
kroop als ik aan het koken was. Ook gebruikte ik een box
op wielen en vroeg ik een gezinspas aan om te reizen met
de taxi. Inmiddels wordt Sylvan als peuter wat ondeugender.
Zodra hij het op een lopen zet, ben ik snel ter plaatse. Mijn
rolstoel is heel wendbaar en anders zorgt mijn adrenaline
wel voor extra gas d’r op.
Mensen vragen me weleens of het zwaar is om voor mijn
kind te zorgen. Of ze vinden het knap dat ik alles zittend
doe. Een mooi compliment, want toegegeven: het is soms
echt een uitdaging. Maar tegelijkertijd voelt zo’n opmerking
dubbel. Het is net alsof ik moet bewijzen dat ik een moeder
kan zijn. Zodra mensen iemand in een rolstoel zien, geven
ze er al snel een eigen invulling aan. Zo van: die kan niet
veel, laat staan een kind grootbrengen. Ik bewijs graag het
tegendeel. De wielen zijn mijn benen, maar verder ben ik
een moeder als ieder ander.”

Geef een reactie