Gemeenten komen 1,5 miljard tekort op Participatiewet

Foto door Steve Buissinne via Pixabay

Gemeenten komen structureel 1,2 miljard euro tekort voor de uitvoering van de Participatiewet. Naar verwachting loopt dit bedrag op tot 1,5 miljard euro in 2026. Dat blijkt uit onderzoek ‘Beschikbare en benodigde financiële middelen voor de Participatiewet’ dat Bureau Berenschot in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft uitgevoerd. De VNG dringt bij het nieuwe kabinet aan op extra rijksbudget. Als dat er niet komt, kunnen gemeenten de doelstellingen van de Participatiewet niet realiseren, stelt de gemeentekoepel. Dit meldt Binnenlands Bestuur.

Voor ondersteuning van mensen die al voor de invoering van de Participatiewet in 2015 onder verantwoordelijkheid van gemeenten vielen, zoals bijstandsgerechtigden, is jaarlijks 1,1 miljard euro extra nodig. De rijksbezuinigingen op het participatiebudget zijn hier mede debet aan. Dat is verlaagd van 1,4 miljard euro in 2010 naar zo’n half miljard vanaf 2018. Een van de gevolgen daarvan is dat gemeenten vooral energie steken in bijstandsgerechtigden die weer snel aan het werk geholpen kunnen worden. De ondersteuning van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt is ‘fors minder’ geworden, aldus Berenschot.

Financiële prikkel
Dat ligt naast de bezuinigingen op het participatiebudget ook aan de financiële prikkel in het bijstandsbudget. Gemeenten hebben er (financieel) baat bij als mensen zo snel mogelijk de bijstand uitstromen. Zo’n zeventig procent van de bijstandsgerechtigden is langer dan twee jaar afhankelijk van een uitkering en hebben een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Het gaat om zo’n 300.000 mensen. Naar verwachting zal het aantal bijstandsgerechtigden als gevolg van de coronacrisis oplopen. Ook daarvoor is extra budget nodig. Berenschot heeft berekend dat hiervoor in 2022 tussen de 120 en 340 miljoen euro nodig zal zijn.

Bijpassen
De bezuinigingen op de sociale werkvoorziening (sw) hakken er ook flink in bij gemeenten. Sinds 2011 heeft het rijk daarop bezuinigd, hetgeen tot tekorten bij de sw-bedrijven leidde. Tussen 2011 en 2019 hebben gemeenten ruim 1,1 miljard euro uit eigen middelen bijgepast. Berenschot heeft berekend dat er ook de komende jaren (2021-2024) nog van een tekort sprake zal zijn. Het gaat daarbij om 269 miljoen euro. Daarna kan er jaarlijks worden bespaard.

Structureel bijna miljard
Ook is extra geld nodig voor de zogeheten nieuwe doelgroep, zoals jonggehandicapten. Jaarlijks komen er 6.000 nieuwe mensen bij die onder de Participatiewet te vallen. Gemeenten moeten hen plaatsen en begeleiden. Om iedereen vanuit deze nieuwe doelgroep te begeleiden, is dit jaar 101 miljoen euro extra nodig oplopend tot 427 miljoen in 2026 en daarna 952 miljoen euro structureel.

Begeleiding veel duurder
De kosten van begeleiding van mensen die onder de Participatiewet vallen, zijn in de praktijk veel hoger dan waar het rijk zijn budget op baseert. Voor de ‘oude doelgroep’ (waaronder de bijstandsgerechtigden) rekent het rijk met 4.000 euro per persoon, terwijl de feitelijke kosten op 6.500 euro per persoon liggen. De begeleiding van doelgroep ‘beschut’ (de voormalige Wsw) kost gemeenten zo’n 11.000 euro per persoon, terwijl er rijk sinds de invoering van de Participatiewet rekening houdt met een bedrag van 8.500 euro per persoon.

Systematiek op de schop
Bureau Berenschot adviseert de huidige systematiek van bekostiging van re-integratie en begeleiding te verlaten en over te gaan op een opgavegericht budget voor re-integratie en uitvoering. Het benodigde budget wordt daarbij vastgesteld op basis van de omvang en samenstelling van de doelgroep en op de aard en de kosten van het instrument dat wordt ingezet. Die bedragen worden dan vermenigvuldigd met het aantal mensen waarvoor gemeenten een re-integratie of begeleidingstraject moeten inzetten.

(Bron: Binnenlands Bestuur)

Geef een reactie