Discrimineert de opvang kinderen met beperking? Mensenrechtencollege moet oordelen

Afbeelding van klimkin via Pixabay

Vier organisaties en een aantal ouders en kinderopvangmedewerkers stappen naar het College voor de Rechten van de Mens wegens het uitsluiten van kinderen met een handicap door kinderopvangorganisatie Blos. De in Nieuwegein gevestigde opvangorganisatie met ruim 150 vestigingen, maakte begin dit jaar bekend dat het drie groepen gaat sluiten waar kinderen met en zonder handicap of ontwikkelingsachterstand bij elkaar zitten. Daarmee verdwijnt deze vorm van ‘inclusieve’ opvang in de regio Utrecht.

De organisaties – de Nederlandse Stichting voor het Gehandicapte Kind, Defence for Children, Art. 1 Midden Nederland en de lokale stichting Eigenwijs in de Wijk – menen dat de sluiting in strijd is met VN-verdragen en de Nederlandse wet. Het opheffen van de gemengde opvang, schrijven de organisaties, weerspiegelt de “zeer gebrekkige” invoering van het VN-verdrag voor mensen met een beperking in Nederland, dat voorschrijft dat de samenleving voor iedereen toegankelijk moet zijn.

Plusgroepen
NRC berichtte vorige maand over de sluiting van de zogenaamde ‘plusgroepen’ in Houten, Zeist en Utrecht door Blos, dat afgelopen jaren met behulp van private-equitymiljoenen tot één van de grotere kinderopvangorganisaties van Nederland groeide. De gemengde groepen waren in 2014 opgezet door een kleinschalig Utrechts kinderopvangbedrijf. In 2018 werd de crèche overgenomen door Blos, waarin het Amsterdamse investeringsfonds Mentha Capital een meerderheidsbelang had genomen. Een jaar na de overname besloot Blos te stoppen met de gemengde groepen, omdat het “de kwaliteit en continuïteit onvoldoende kan borgen”. Geld was volgens Blos niet het motief.

Kamervragen
Het besluit leidde tot ontzetting bij ouders, die vaak lang hadden gezocht naar passende opvang voor hun kind. Nadat NRC over de sluiting berichtte, stelden coalitiepartijen GroenLinks, PvdA en D66 raadsvragen aan de wethouder van Utrecht. SP en GroenLinks stelden Kamervragen aan de minister.

De organisaties hekelen de passieve houding van de lokale overheid. Bij de sluiting door Blos grepen de gemeentes niet in. “Wat kinderopvang betreft hebben gemeentes geen rol, dat is aan de markt”, liet een woordvoerder van Utrecht toen weten. José Smits, die het woord voert voor de organisaties, vindt dat een misvatting. “Kinderopvang is een sterk gereguleerde markt, gedreven door fiscale maatregelen. Daar heeft de overheid zeker wat over te zeggen. Bovendien heeft de overheid zichzelf de taak gesteld te zorgen dat er opvang is voor alle kinderen.”

Gelijke behandeling
In de brief aan het mensenrechtencollege wijzen de organisaties erop dat de sluiting in strijd lijkt met de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. Smits: “Sinds 2016 verbiedt die wet niet alleen discriminatie van zieken en gehandicapten op de arbeidsmarkt en in het ov, maar ook door aanbieders van diensten en goederen. Dus ook crèches.” Vraag bij die wet is altijd wat een redelijke investering is voor een ondernemer. Kan iedere winkel of sportschool verplicht worden om een lift of rolstoeltoegankelijk toilet te installeren? Nee, zegt Smits. “Maar het verschil is hier dat deze gemengde groepen al bestonden en functioneerden. Het kón.”

De organisaties vragen het College om advies aan de overheid uit te brengen. Smits: “Het besluit treft vooral toekomstige zorgkinderen. Blos heeft geen contracten opgezegd, dus spannen we geen zaak aan. Maar we willen wel van het College een opinie horen. Dat het College tegen de overheid zegt: hier moet je iets aan doen.” Blos kon maandag niet meteen reageren.

(Bron: NRC)

Geef een reactie